Take 2 | Cape Fear

Het is een wisseltruc met een andere grote regisseur die uiteindelijk twee fenomenale films opleverde. Deze film steekt het origineel naar de kroon door nuances en die het vakmanschap van Martin Scorsese toont achter de camera. Dit waar Robert De Niro voor de camera alle ruimte krijgt om te schitteren. Een psychologische thriller over een veroordeelde die, voorzien van de kennis van de wet die hij opdeed achter de tralies, gebruikt maakt van de mazen in de wet en op jacht gaat naar wraak op zijn voormalige advocaat. Het is deze zevende samenwerking tussen Scorsese en De Niro die centraal staat in onze rubriek Take 2. Een rubriek over remakes of films die op een andere wijze een tweede leven kregen.

The Executioners (in Nederland uitgebracht als De Nacht van de Maniak) van John D. MacDonald uit 1957 leent zich goed voor een verfilming. Het spannende, langzaam ontbrandende plot, voorzien van de nodige donkere tonen, is perfect voor een psychologische thriller. De roman werd zelfs twee keer naar het scherm vertaald; eenmaal in 1962 door J. Lee en in 1991 opnieuw door Martin Scorsese. Dat de regie uiteindelijk bij Scorsese belandde was te danken aan het feit dat Spielberg het project te gewelddadig naar zijn gading vond. Op zijn beurt besloot Scorsese om Schindler’s List niet te maken en er werd een ruil gemaakt. Wat er allemaal van is gekomen als deze wisseltruc niet was uitgehaald zullen we nooit weten. Wat we wel weten is dat het nu twee geweldige films heeft opgeleverd. Toch had de film er bijna ook om andere redenen totaal anders uitgezien.

Zo had Scorsese in eerste instantie Harrison Ford op het oog voor de rol van Sam Bowden. Een gevalletje typecasting en dat moet ook Ford gedacht hebben, aangezien hij alleen mee wilde doen als hij de rol van Max Cady op zich mocht nemen. Mede door flink wat gewicht te verliezen wist Nick Nolte de regisseur ervan te overtuigen dat hij de juiste keus was. Voor de rol van Cady had Spielberg destijds Bill Murray op het oog, maar toen het project bij Scorsese belandde kwam al snel De Niro in beeld. Samen hadden zij net Goodfellas afgeleverd en De Niro toonde zich maar weer eens van zijn meest obsessieve kant door een flinke spiermassa te kweken om de psychisch gestoorde Cady op indrukwekkende wijze naar het scherm te brengen. Niet dat hij daarmee klaar was, want ook liet hij zijn tandarts zijn gebit voor 5.000 dollar ruïneren om het na de opnames voor 20.000 dollar weer te laten herstellen. Over inleveringsvermogen gesproken.

Het grootste verschil met het origineel zit in het feit hoe de personages uitéén worden gezet. Waar de film uit 1962 erg zwart-wit is, met een duidelijk goed en kwaad, is die scheidslijn bij de remake een stuk minder duidelijk. Natuurlijk is daar opnieuw Sam Bowden als beschermer van zijn gezin, maar ook is hij zwak en ontrouw aan zijn vrouw. Daarnaast is er zijn dochter, een geweldige rol van Juliette Lewis, die op bijna seksuele wijze aangetrokken wordt tot gevaar en geweld, iets wat zich uit in de beruchte scène waar zij op de duim van Cady zuigt. Het is een toevoeging die in de versie uit 1962 vrijwel niet terug te vinden is. En dan zijn er nog de advocaten en privé-detectives, die stuk voor stuk doortrapt en corrupt zijn. Goed en kwaad is niet langer zwart en wit, maar onderdeel van een groot grijs gebied en juist dit zorgt voor een nieuwe lading.

“I got somethin’ planned for your wife and kid that they ain’t nevah gonna forget. They ain’t nevah gonna forget it… and neither will you, Counselor! Nevah!”

Wat de remake met het origineel gemeen heeft is dat beide erg beïnvloed zijn door het werk Alfred Hitchcock. Dit uit zich in de versie van Scorsese niet alleen in het gebruik van ongewone camerahoeken en belichtingstechnieken, maar ook ontwierp Saul Bass de openingcredits en werd de soundtrack van Bernard Herrman opnieuw bewerkt door Elmer Bernstein. Daarnaast is het mooi om te zien dat de hoofdrolspelers uit het origineel, Gregory Peck (in zijn laatste filmrol), Robert Mitchum en Martin Balsam, een cameo toebedeeld kregen. Het moge duidelijk zijn dat Scorsese op een respectvolle en stijlvolle manier om is gegaan met het origineel en hij na Goodfellas opnieuw een stap deed richting mainstream -films en steeds beter leek te weten hoe hij een groot publiek kon bereiken met zijn films.

Cape Fear kreeg een Take 2. Een film die in grote lijnen helemaal niet zoveel verschilt met zijn voorganger, maar juist opvalt door het indrukwekkende acteerwerk en de nuances. Hierbij zijn beide films duidelijk kinderen van hun tijd. De remake kon rekenen op overwegend positieve kritieken, waarbij met name de regie, cinematografie en montage veel lof toebedeeld kregen. Na deze film stortte Scorsese zich op wat minder succesvollere en vooral ook persoonlijkere projecten en op een Oscar moest hij zelfs nog vijftien jaar wachten. Toch liet hij hier duidelijk zien dat hij een typische Hollywood-productie volledig naar zijn hand kon zetten.

10 juni, 2019

Meepraten over dit artikel